Parkpaviljoen
Dit paviljoen uit 1927, een herstellingsoord voor Rotterdammers met ‘vermoeienissen van lichaam en geest’ krijgt een nieuw leven als toevluchtsplek om op te laden in en met de natuur.
OpdrachtgeverDroom en Daad
ArchitectStudio Makkink & Bey
BouwerBureau Polderman, Bakker Arkel
OnderscheidingJuryselectie
ThemaDuurzaamheid Interieur Renovatie / Transformatie Restauratie Openbare ruimte
Jaar2026
Project documentatie Bekijk hier de video
Het Parkpaviljoen lag de afgelopen jaren verscholen achter struiken en sierkersen, zijn bestaan vrijwel onttrokken aan het zicht en vergeten door het grote publiek dat dagelijks flanerend, joggend of met de hond door het park bij de Euromast trok. Oorspronkelijk werd het rond 1910 gebouwd als lighal en herstellingsoord, waar Rotterdammers, vooral vrouwen, in de open lucht konden aansterken na ziekte of ‘vermoeienissen van lichaam en geest’. In 1927 werd het gebouw, samen met de Noorse Zeemanskerk, vanwege de aanleg van de Maastunnel verplaatst en op de huidige locatie herbouwd door de Rotterdamse architect C.J. Hemmes. Daar verloor het al spoedig zijn openbare functie en verdween het uit het collectieve geheugen.
Door de recente renovatie van het Park, het grootste groene rijksmonument van Rotterdam, ontworpen door vader en zoon Zocher, is het paviljoen opnieuw in het licht komen te staan. Het pand, dat in zijn laatste functie dienstdeed als schuur voor de stedelijke groenvoorziening, blijft ook in zijn nieuwe functie bijdragen aan het dagelijkse onderhoud van het Park, en voorziet nu ook het kantoor van Stichting het Park. Maar bovenal wordt de ruimte opnieuw teruggegeven aan de Rotterdammers als een toevluchtsoord voor het menselijke welbevinden. Een plek waar je naartoe kunt zonder iets te hoeven consumeren. Een open ruimte voor ontmoetingen tussen mensen, cultuur en park-natuur. Waar iedereen welkom is om onderdeel te worden, te rusten, bij te komen, te ervaren, te ontmoeten of actief mee te helpen door het plantsoen aan te harken of bollen te steken. Een plek waar bezoekers, vrijwilligers, hoveniers en medewerkers zich, op hakjes, pantoffels, sneakers of modderlaarzen, door de seizoenen bewegen en letterlijk tussen kruiwagens, harken en schoffels door, gezamenlijk zorg dragen.
Om deze grote diversiteit aan Rotterdamse individuen te kunnen verwelkomen, zochten wij niet naar facilitaire neutraliteit, maar naar lokale eigenheid en eerlijkheid. Geïnspireerd door het verleden is de oorspronkelijke open hal met ritmische kolommen hersteld en bevrijd van tussenmuren. De op historische zwart-witfoto’s teruggevonden luiken zijn in grijstinten teruggeplaatst om het eigen karakter van de lighal te herstellen.
Bij goed weer is het paviljoen toegankelijk via de open zuidgevel, bij slecht weer via de entree in de keuken, die ook fungeert als balie, workshopruimte en kookgelegenheid. De Lighal dient voor de één een werkplaats, voor de ander een rustplek, een evenementenlocatie, een toonruimte, een workshopplaats of een ruimte voor sociaal contact.
Tijdens de bouw zijn in het park gevallen bomen lokaal verwerkt tot paviljoenmeubilair, waardoor gebruikers op hout uit hun directe omgeving zitten. Ook het modulaire kastensysteem en de verlichting, geanodiseerd met natuurlijke pigmenten uit parkmaterialen, sluiten hierop aan. De Maasgrindvloer, met messing planttekeningen, verwijst naar de oorspronkelijke opstelling van de bedden in de lighal. Deze tijdintensieve, lokale aanpak van detailering behoort tot de kern van de ontwerpvisie waarin bezieling en aandacht centraal staan. Zowel de bouwers als de opdrachtgever en gebruiker ondersteunden deze aanpak. Zo werden deadlines zoveel mogelijk aangepast aan het bezielde werk, wat bouwers in staat bracht om nieuwe technieken en materialen te testen en te bewerken.
