Het Veerhuis
Voormalig veerhuis werd met respect voor vroeg twintigste-eeuwse kenmerken getransformeerd tot schrijvershuis met werkplekken en café met uitzicht op de Maas.
OpdrachtgeverStichting Droom en Daad
Architectvan Milligen Bielke & de Vries Architecten
BouwerNico de Bont TBI
ThemaDuurzaamheid Circulair bouwen Nieuwbouw Interieur Publieke gebouwen Renovatie / Transformatie Restauratie Openbare ruimte Stedenbouw / Landschap
Jaar2026
Project documentatie
Het Veerhuis aan de Maas is van oorsprong een functioneel schakelpunt: een plek van aankomst en vertrek voor de veerdienst naar Heijplaat, én een architectonische verwijzing naar elders. Vanaf hier namen dagelijks honderden arbeiders de veerboot richting de scheepswerven op Heijplaat, het tuindorp dat Baanders voor de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij ontwierp.
Het ensemble, Ontworpen door H.J. Baanders, bestaat uit een voormalige expeditieloods met dienstwoning, waarvan de vakwerkstructuur – lichte houten stijlen op een bakstenen plint met vullingen van grijze speciaal voor dit project herontwikkelde drijfstenen – het karakter en ritme van het geheel bepaalt.
Het Veerhuis biedt daarmee een uitzonderlijke inkijk in de rijke schakeringen van vroege twintigste-eeuwse architectuur in Nederland, waarin experiment, ambacht en internationale oriëntatie samenkomen. Baanders liet zich bij Heijplaat expliciet inspireren door Engelse en Duitse tuinsteden, wat zichtbaar wordt in de lage bebouwing, hoge zadeldaken en het royale groen.
De recente herbestemming tot schrijvershuis markeert een terugkeer naar de oorspronkelijke ruimtelijke logica én voegt er een nieuwe laag aan toe: het gebouw wordt nu een plek van schrijvers voor schrijvers, een huis waar verblijf, concentratie en uitwisseling samenkomen.
De entreehal, ornamentiek en kamer‑en‑suite uit het woonhuis zijn met zorg hersteld, het magazijn baadt opnieuw in daglicht dankzij een nieuw daklicht, en de zuidgevel opent met grote glazen vlakken naar het Maaspanorama. Als veerhuis verwijst het gebouw letterlijk naar het tuindorp Heijplaat en resoneert het met de architectuur van dat ensemble: schilderachtige baksteenvolumes, hoge kappen en zorgvuldig georkestreerde buitenruimten. Tegelijkertijd is in de vormentaal en plattegronden de internationale blik van Baanders herkenbaar, waarin invloeden uit tuindorpen en vroege moderniteit samenkomen.
Ook de nieuwbouw‑additie is vanuit deze vormentaal ontwikkeld: de maatvoering, dakvormen en materialisering zijn rechtstreeks geïnspireerd op Baanders’ werk, waardoor de uitbreiding fungeert als eigentijdse echo en geen concurrerende geste. Zo wordt het Veerhuis een plek die steeds naar elders verwijst – naar Heijplaat, naar andere projecten van Baanders en naar de internationale referenties die zijn oeuvre mede hebben gevormd – en tegelijk een intiem ankerpunt voor het schrijversvak, waar taal, plek en architectuur elkaar versterken.
