Speech juryvoorzitter 2026 Marieke van Doorninck
Architectuur gaat niet alleen om het gebouwde ontwerp, maar ook om de manier waarop het tot stand is gekomen, het doel dat het dient en of het iets toevoegt aan het bestaande. De samenleving en de politiek vragen ook steeds meer van gebouwen en van hun bouwers. Wat betekenen ze voor de buurt, de stad en de planeet, kunnen ze verbindingen maken tussen mensen en met de natuur, hoe bouwen ze huizen, communities, samenwerkplekken, samenkomplekken, bouwen ze alleen vóór mensen of ook mét mensen? Ambities stapelen wordt dit vaak genoemd. En dan voor de jury de lastige vraag: waar beoordeel je dan op? Wat is het dan dat een architectuurprijs bekroont?
Als jury keken wij, tijdens onze eerste zware klus om uit 36 inzendingen 10 kanshebbers te nomineren, naar welke projecten eruit sprongen door innovatie, proces en vakmanschap, maar ook hoe en met wie was samengewerkt en wat dat heeft opgeleverd. Maar steeds probeerden wij de architectuur in zijn volledigheid centraal te blijven stellen. Dat hielp ons soms om keuzes te maken en bijvoorbeeld om van mooie renovatieprojecten met een aansprekend sociaal programma toch afscheid te nemen.
Op onze dagbusrondreis door Rotterdam, perfect georganiseerd door het team van AIR met Catja Edens, ontmoetten wij de makers van 10 bijzondere projecten waarbij ons een specifieke houding opviel die allen hadden. Het kan wel. Het kan wel om in ontwerp en bouw zaken anders aan te pakken dan wat gebruikelijk is, om zo meerdere grote ambities te verenigen. Wat ook duidelijk werd, is dat het kan wel alleen voor resultaten zorgt als het echt een keus is, en niet alleen een leus.
Lef tonen
Want het kan wel vraagt om lef. Om dingen te doen die nog niet eerder zijn gedaan, om tegen de stroom in te gaan en om je nek uit te steken. Het kan wel is het lef dat als je na een uitzending van Tegenlicht over houtbouw bedenkt dat dat ook zou moeten kunnen voor de sociale sector en het vervolgens ook doet. Het kan wel is de lol die er vanaf spat bij de ontwerper die steeds verder zoekt of het niet nog duurzamer kan, en ook de maatregelen die de opdrachtgever wat te gortig vindt laat doorrekenen, om te laten zien dat het wel kan. En het daarom de volgende keer misschien wel lukt.
Het kan wel geldt sowieso voor alle projecten die we bezochten waar, soms na lang beraad, de keuze was gemaakt voor renovatie en transformatie in plaats van de vaak goedkopere en makkelijkere sloop-nieuwbouw. Behoud niet als nostalgisch ideaal om alles bij het oude te houden, maar behoud als een waardering van het bestaande, van de waarde van materialen en de uitdaging dat mee te nemen naar de toekomst. Het kan wel is het lef om in een hypernerveuze samenleving waar elke vierkante meter in geld wordt uitgedrukt, de tijd te nemen om een oud gebouwtje op te knappen en open te stellen voor iedereen die daar, zonder te hoeven consumeren, kan genieten van de rust.
Deze Het kan wel-mentaliteit van de architecten en bouwers in Rotterdam is zo belangrijk omdat er nogal wat van ze gevraagd wordt. Het makkelijkst is dan om precies te doen wat móét, in plaats van uit te gaan zoeken wat kán. De projecten die we bezochten zijn een voorbeeld van wat mogelijk is én ze dagen andere bouwers uit om mee te doen en misschien nog een stapje verder te gaan en daarmee samen verder te werken aan het lerend vermogen van de stad. Wie weet zien we dan bij een volgende editie van de Rotterdamse Architectuurprijs niet alleen Collectief Particulier Opdrachtgeverschap, maar ook wooncoöperaties, zien we ook sociale woningbouw in hout en zien we gebouwen die helemaal uit eerder gebruikte materialen opgetrokken zijn.
Eervolle vermeldingen
Lef tonen geldt al helemaal voor de twee projecten die de jury bekroont met een eervolle vermelding. Het zijn twee heel verschillende projecten met zeer verschillende functies, budgetten en betekenissen voor de stad, die elk op een eigen manier de Het kan wel-mentaliteit in praktijk brengen, namelijk Fenix, het kunstmuseum over migratie, en het sportpaviljoen Steeds Hooger.
Want het vraagt om lef om in dit tijdsgewricht een museum op te richten voor migratie. Dit museumgebouw is ook zeker geen gebaar van beleefdheid of politieke correctheid, maar een overtuigend en monumentaal statement dat zijn plek in de stad prominent opeist. En welke stad is hiervoor meer geschikt dan Rotterdam, met haar hyperdiverse samenleving met meer dan 170 nationaliteiten, waar meer dan de helft van de inwoners een migratieachtergrond heeft. De Tornado in het hart van het gebouw is een ruimtelijke vertaling van de onvoorspelbare en turbulente weg die de migrant aflegt. De spectaculaire stalen krul voert de bezoeker vanaf de begane grond langs afslagen op de verdiepingen naar een fenomenaal uitzichtpunt op het dak. In de restauratie en transformatie van de museumvloeren is terughoudendheid opgevoerd tot in de perfectie.
Dit, in combinatie met Het Plein, een royale ruimte aan het Fenixplein waar buurtbewoners, museumbezoekers en passanten vrij toegang hebben om elkaar te ontmoeten en optredens, workshops en gezamenlijke maaltijden te organiseren, maakt Fenix een verbazend gebouw dat bewondering afdwingt en daarom van de jury een eervolle vermelding verdient.
Lef is wat ook de voetbalclub Steeds Hooger heeft getoond toen ze moesten verhuizen naar een nieuwe plek. Ze kozen ervoor om het vervallen oude clubgebouw dat daar stond niet tegen de vlakte te gooien, maar te transformeren. Daarmee kreeg het nieuwe clubgebouw een ruimtelijke kwaliteit en uitstraling die in nieuwbouw nooit mogelijk waren geweest. Overal is gekozen voor biobased en losmaakbaar: gevels zijn opgebouwd uit houten latten en drooggestapelde baksteen zodat geen milieubelastende specie gebruikt hoefde te worden en het gebouw ook weer kan worden gedemonteerd. Voor een duurzame energievoorziening wordt warmte uit het hoofdveld in de bodem opgeslagen, met zonnepanelen als extra aanvulling. Er is een groen dak voor het opvangen van regenwater en in de gevel zijn schanskorven met afvalpuin opgenomen als nestelplek voor insecten.
Dat de 50.000 mensen die jaarlijks op de club komen de kwaliteiten van een duurzaam gebouw en zijn enthousiaste gebruikers kunnen ervaren, is een groot effect van dit vrolijke paviljoen. Kan een sportkantine zich qua architectuur meten met een woongebouw, kantoor of museum? De jury zegt volmondig ‘Ja!’ en bekroont Steeds Hooger met een eervolle vermelding.
Winnaar
Alle 10 projecten laten zien hoe het wel kan door de lat op bepaalde onderdelen hoger te leggen. De winnaar deed dit op álle onderdelen van de bouw, het proces en de ontwikkeling. De jury staat versteld van dit gebouw dat op alle fronten zoveel meer doet dan we gewend zijn of denken dat haalbaar is. De jury ziet een gebouw dat kwaliteit van leven centraal stelt. Dat geldt voor de gulle gemeenschappelijke voorzieningen maar ook voor de appartementen. Dit is geen gebouw waarin woningen zijn ondergebracht, nee, dit zijn woningen die samen een gebouw vormen. Het is een gebouw als een landschap.
Wie de stad begrijpt als een biotoop met vele levensvormen, gaat de waarde van robuuste systemen en kringlopen van verschillende snelheden herkennen. Dit maakt goed contact tussen buren meer dan leuk, maar een belangrijke maatschappelijke basis, het maakt de materialenkringloop van architectuur onderdeel van de grotere kringlopen in de stad, het maakt beplanting tot meer dan een fijne aankleding, maar een levensvoorwaarde. Het winnende gebouw laat zien hoe dit werkt en… wat dit oplevert. Dit gebouw is een biotoop in de grotere biotoop Rotterdam.
De jury vindt het moedig en knap dat de architect en ontwikkelaar die hier hun krachten bundelden, het project samen in één hand wisten te houden en hun idealen daarbij niet los hebben gelaten. Zij kozen zelfbewust voor een lagere winst zodat alle meerwaarde in het gebouw, de buurt en in de stad terechtkwam. Daarmee laten ze zien dat waarde veel meer is dan geld. Dat is geen ambities stapelen, dat is bouwen aan de stad die Rotterdammers verdienen. Dat getoonde lef is toekomstgericht en hard nodig en verdient navolging.
Met groot genoegen wijst de jury aan als winnaar van de Rotterdam Architectuurprijs 2026: SAWA.
