Het zwembad dat kantoor werd, en het kantoor dat zwembad werd
door Catja Edens
Wie levende architectuurgeschiedenis wil zien, kijkt rond op de nieuwe website van de Rotterdam Architectuurprijs. Hier zijn namelijk álle deelnemende bouwwerken van álle zestien edities terug te vinden, compleet met foto’s, tekeningen en teksten. Elk jaar worden daaraan de nieuwe projecten toegevoegd die de teams van opdrachtgevers, architecten en bouwers voor de prijs indienen.
Het resultaat is een groeiende verzameling waarmee jaar na jaar wordt doorgeschreven aan de architectuurgeschiedenis van Rotterdam. Wie inzicht wil krijgen in lange lijnen en hoogtepunten, in wat ooit niche was en nu mainstream, in de manier waarop architecten, opdrachtgevers en bouwers de afgelopen zestien jaar hebben bijgedragen aan de gebouwde stad Rotterdam, moet dus hier zijn.
In het hart van de website bevindt zich de kaart van Rotterdam waar de bezoeker inzoomend en uitzoomend en aan de hand van thema, jaar en onderscheiding, projecten kan selecteren. Daarmee openen zich allerlei spannende rabbit holes waarin zich half-vergeten projecten en verrassende nieuwe inzichten kunnen aandienen. Natuurlijk is er veel ‘gewoon goede architectuur’ zoals juryvoorzitter Esther Agricola het in 2019 noemde. Maar daarnaast zijn er ook allerlei projecten te vinden waarvoor regels en mogelijkheden moedig werden opgerekt zodat ze echte vernieuwing hebben opgeleverd. Het was de jury van 2018 die verzuchtte: ‘Is er nog ruimte voor radicaliteit in de architectuur van Rotterdam?’ Wie de site van de Rotterdam Architectuurprijs bezoekt, kan op zo’n vraag zelf het antwoord geven.
Stad van micro-iconen
Neem bijvoorbeeld het thema woningbouw. Daaronder bevindt zich een verzameling van meer dan 300 bouwwerken van uiteenlopende aard en omvang. Interessant zijn de micro-iconen, de bijzondere woningen die in allerlei hoeken en gaten van de stad zijn ingepast met als oudste voorbeeld Zwarte Parel op Zuid van Rolf Bruggink en Zecc uit 2010. Het gemeentelijk kluswoningenbeleid waarmee handige en ondernemende bewoners werden verleid om vervallen panden voor (bijna) niets te betrekken, maakte het mogelijk dat hier een sleetse vroeg-twintigste eeuws pand tot een intrigerende zwarte woonmachine werd omgetoverd.
Architect Joost Kühne wist zelfs een boeiend oeuvre op te bouwen van dit soort woningen op allerlei avontuurlijke plekken die hij zelf in de stad opspoorde. Voor zijn Werkgebouw aan de Boomgaardstraat overbouwde hij een parkeerplaats en verwierf hij op ongekende wijze luchtrechten met als resultaat een radicaal woonwerkgebouw van 54 meter bij 5 meter. Iets vergelijkbaars deed hij voor de zwevende woning aan de Mauritsstraat die op 5,5 meter hoogte werd opgehangen tussen de achterkanten van twee bestaande panden. En voor een postzegeltje grond aan de spoordijk bij de Willemsbrug ontwierp hij het Herenhuis Noordereiland, naar boven toe uitkragend en voorzien van dakterras en uitzicht op het park.
Maar er zijn nog meer voorbeelden van dit soort kleine en fijne invullingen, zoals SkinnySCAR, een huis van 3,7 meter breedte met een verticaal woonlandschap in Rotterdam Noord, of het circulaire woonhuis De Gouverneur dat een gat in de gevelwand van de Gouvernestraat heeft opgevuld. Samen maken ze deel uit van een typische trend die tussen 2010 en 2017 beeldbepalend was.
Ook op het gebied van opdrachtgeverschap in de woningbouw zijn allerlei interessante experimenten en ontwikkelingen te onderscheiden. Een voorbeeld is Een Blok Stad, de dubbele winnaar van 2012, waarvoor ontwikkelaar Era Contour de renovatie van het vroeg twintigste-eeuwse blok tot casco-niveau op zich nam, waarna de kopers de huizen zelf afbouwden. Of het Kopblok Pretorialaan (2015) van architect Ineke Hulshof waarvoor het principe van ‘klushuur’ werd uitgevonden zodat huurders tegen lage huurprijzen hun eigen woningen konden afbouwen.
Ook W1555 in Charlois (2022) bewees dat een model van collectief beheer succesvol kan zijn en opvallende nieuwe woonvormen mogelijk maakt. Daarnaast zijn er ook veel projecten te vinden die op basis van collectief particulier opdrachtgeverschap (CPO) tot stand kwamen. Een daarvan is het oogstrelende CPO Hooidrift, een ensemble van individuele stadswoningen ontworpen door Eireen Schreurs en Like Bijlsma dat in 2017 de Vakjuryprijs in de wacht sleepte.
600.000 m2 leegstand
Op de website van de Rotterdam Architectuurprijs vind je trouwens naast alle projecten die werden ingezonden ook alle juryrapporten. Het zijn boeiende tijdsdocumenten die een licht werpen op de situaties en uitdagingen waarmee Rotterdam op verschillende momenten in de tijd te maken kreeg. In de eerste edities zijn ook nog aanvullende interviews en essays te vinden die veel interessants bevatten. Zo wordt in een interview met ZUS uit 2010 nog gesproken over ruim 600.000m2 leegstand waar Rotterdam een oplossing voor moest vinden – iets waarvan we nu alleen nog kunnen dromen.
En lees dan ook eens de lezing ‘Rotterdam internationale architectuurstad’ van architectuurhistoricus en Maaskantprijslaureaat Michelle Provoost uit 2016 waarin ze uiteenzet hoe gericht Rijksbeleid van Rotterdam de succesvolle Architectuurstad maakte die op dat moment alle lijstjes aanvoerde. En de speech ‘Brooklyn aan de Maas’ van voormalig Rijksbouwmeester Floris Alkemade die in 2017 een lans brak voor de armste inwoners van Rotterdam.
Een bezoek aan de website van de Rotterdam Architectuurprijs betekent dus een duik in de recente architectuurgeschiedenis van Rotterdam – in de achtergronden en reflecties van juryleden en andere deskundigen, maar ook, of vooral, in het enorme archief van kleine en grote, vergeten en beroemde projecten. Je kunt er een gerichte zoektocht ondernemen, maar misschien is het nog veel leuker om je door het toeval te laten leiden. Misschien kom je dan wel langs het grootste project dat ooit werd ingezonden, namelijk de complete Nieuwe Binnenweg in 2018; of juist het kleinste, De Cabanon van 6,89m2 uit 2025. Misschien kom je wel op de meest technisch vernuftige projecten zoals het Waterplein van de Urbanisten uit 2014 met een opslag voor 1,7 miljoen liter water maar ook ruimte om te skaten, te basketballen en te hangen.
En anders brengt een dwaaltocht je wel bij de meest natuurlijke projecten zoals de Getijdenparken Brienenoord uit 2013 en Keilehaven uit 2025, of de mooiste sociale woningbouwprojecten zoals Malieklos uit 2022 en de gerenoveerde Valkenier in Vreewijk uit 2018. Mogelijk kom je uit bij het eerste geselecteerde project dat inmiddels alweer gesloopt is, namelijk Villa Rotterdam van Ooze (2012-2025). En het kan zomaar zijn dat je belandt bij het zwembad dat kantoor werd, namelijk Blue City 010 uit 2017, of het kantoor dat zwembad werd, het Zwemcentrum Rotterdam (2018).
Hoe dan ook biedt de nieuwe website van de Rotterdam Architectuurprijs een blik op de recente architectuurgeschiedenis van de stad die volop inzichten en antwoorden kan bieden, bijvoorbeeld een antwoord op de vraag of er nog ruimte is voor radicaliteit in Rotterdam. Oordeel zelf.
